Verbo Taco Sorgdragers woordrivier
Taco Sorgdragers woordrivier

Compositie weekspreuk 12 (“Der Welten Schönheitsglanz”)

De muziek voor de 12e weekspreuk uit de antroposofische zielekalender voltooide ik 3 jaar geleden, in 2023. Het is een van de weinige weekspreuken waarbij ik niet eerst een melodie heb gezocht, maar meteen van een 4-stemmige koorcompositie uitging (dat kan je weleens hebben als koordirigent…).
Het is ook een van de weinige weekspreukcomposities die al een keer door een live koor is uitgevoerd. De opname daarvan staat sinds 2 jaar op Verbo, onder de titel “Zomerkoormuziek (der Welten Schönheitsglanz)“.

Dat ik het niet bij deze verwijzing laat, komt door mijn chronologisch werken aan weekspreuken 1 t/m 11 de afgelopen maanden, waardoor de muziek voor de 12e weekspreuk niet ontkwam aan een paar wijzigingen. De belangrijkste daarvan is dat ik de hele compositie 1 toon omhoog heb getransponeerd, van F-groot (iets donkerder) naar G-groot (iets lichter). Dat past beter bij de voorafgaande spreuken, en het tilt de sopraanpartij ook net iets meer naar haar eigenlijke bereik. Daarnaast zijn er een paar kleine wijzigingen in de noten die gezongen worden. Hieronder de digitale weergave van deze nieuwe versie, na de volgende kleine toelichting:

Het is een korte compositie (1 minuut), die in die zin de opbouw van de tekstregels volgt, dat aan het begin van elke tekstregel als het ware een aanloop wordt genomen, om voor het eind van elke regel genoeg energie verzameld te hebben om even in een vertragende zweefsprong los te komen van ‘de grond’.

Luister naar en lees mee met de partituur van de muziek op de 12e weekspreuk uit de antroposofische zielekalender (nieuwe versie van 2026)

Van Johannes de Doper tot het Johanneskruid

Bij deze 12e weekspreuk staat de toevoeging “Johannes-Stimmung” (Johannes-stemming), wat verwijst naar de naamdag van Johannes de Doper (24 juni). Het Sint Jansfeest heeft het in onze cultuur niet tot vrije dag geschopt, zoals Pasen, Hemelvaart en Pinksteren wel. Op Vrijescholen wordt het als feest echter wel degelijk gevierd, met een echt vuur, waar vanuit een aanloop overheen gesprongen wordt. Het is een soort moed-proef, in mijn tijd nog best spannend met een flink vlammend houtvuur, maar inmiddels door veiligheidsprotocollen en preventiemaatregelen van hogerhand gedown-grade naar een gereguleerd brandgeultje van hooguit 7 centimeter hoog, met emmers water en zand ernaast. Meer een moet-proef dus, maar nog altijd beter dan binnen in een klaslokaal zitten op een zonnige zomerdag.

Behalve dat je moed moet verzamelen om over een vuur te springen (wat neerkomt op jezelf groter maken dan je je gewoonlijk voelt), vraagt een sprong over een vuur er ook om dat je alles wat achter je ligt loslaat, en als het ware met vertrouwen en vreugde de wijde wereld en de toekomst inspringt, of in elk geval eerst maar de zomer in.
Want wat is de zomer anders dan een vuurperiode waarin je alles wat je hebt gedaan en meegemaakt in een groot gebaar van uitademen overgeeft aan licht en warmte, zodat het kan rijpen tot zaad voor de toekomst?

In de zomer gaan wij innerlijk door zo’n vuur (heel veel mensen ook uiterlijk, door op het strand bruin te bakken, wat een op het lichaam en niet op de ziel betrokken verbrandings- en omvormingsproces is), en idealiter zouden we bij het Johannesfeest dan ook door een vuur heen moeten springen in plaats van eroverheen. Vanzelfsprekend is het beter en vooral veiliger om het op eroverheen springen te houden 😉.

De tekst van de weekspreuk doet er inhoudelijk nog een schepje bovenop, door te stellen dat de ‘schoonheidsglans van de wereld’ (“Der Welten Schönheitsglanz”) mij vanuit de diepten van mijn ziel dwingt (“Er zwinget mich aus Seelentiefen”) om de goddelijke krachten van mijn eigen leven (“Des Eigenlebens Götterkräfte”) tot een vlucht in de wereldruimte te ontvouwen (“Zum Weltenfluge zu entbinden”), en mijzelf met vertrouwen alleen te zoeken (“Vertrauend nur mich suchend”) in wereldlicht en wereldwarmte (“In Weltenlicht und Weltenwärme”).

Bij deze ‘Johanni-tijd’ (excuus voor het germanisme) hoort ook het Sint-janskruid (Hypericum perforatum), een geneeskrachtige, zonnige plant met stralende goudgele bloemen, waar een verwarmende etherische olie uit gewonnen kan worden. Sint-janskruid wordt van oudsher gebruikt bij brandwonden en zonnebrand, en is tegenwoordig zelfs in gebruik als antidepressivum. Het sint-janskruid mag dan ook deze blogpost tooien (afbeelding bovenaan).

 Links naar mijn composities op de voorafgaande weekspreuken uit de antroposofische zielekalender:

Links naar mijn andere al voltooide composities op weekspreuken uit het jaar:

Reageren? Graag! Maar zet wel even je naam erbij, zodat ik weet wie er reageert

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.