Na het voltooien van de muziek voor de 1e weekspreuk (“Paas-stemming”) uit de antroposofische zielekalender, kwam ik nu ook eindelijk toe aan het uitwerken van de muziek voor de 2e weekspreuk, die begint met de tekst: “Ins Äussre des Sinnesalls verliert Gedankenmacht ihr Eigensein”. Moeilijk te vertalen, maar een aanduiding kan zijn: “In de buiten het zelf liggende alomtegenwoordigheid van de zintuiglijke wereld, verliest de macht van het denken haar in zichzelf besloten zijn.” Een aanduiding van een toestand die op gaat treden met het inzetten van de lente, waarin de wereld in warmte en plantengroei weer langzaam (lento) opengaat, en daarmee de aandacht van de ziel naar buiten trekt. In die toestand gebeurt dan het volgende: Geestelijke werelden vinden de menselijke loot of scheut terug (“Es finden Geisteswelten den Menschensprossen wieder”). Deze menselijke ‘scheut’ (niet voor te stellen als een uiterlijk ding, maar als een toestand van de ziel) heeft dan zijn kiem in deze geestelijke werelden (“der seinen Keim in ihnen”), maar moet haar ‘zielevrucht’ in zichzelf gaan vinden (“Doch seine Seelenfrucht in sich muss finden”).
De menselijke ziel in de lente wordt hier vergeleken met de ontkiemende planten- en bloemenwereld, maar waar deze planten in de aarde wortelen en hun stengels, bladeren en bloemen naar de hemel richten, wordt de menselijke ziel voorgesteld als een omgekeerde plant, die wortelt of kiemt in de hemel (de geestelijke werelden) en op aarde moet gaan bloeien en in zichzelf vrucht moet gaan dragen. Dat is dus in zekere zin een oproep om, vanuit een verbondenheid met het geestelijk-spirituele, op aarde tot vruchtbare aanwezigheid te worden. Met de nadruk ook op het in zichzelf vinden van deze zielevrucht, wat wijst op iets individueels, dat men zelf als levensopgave of doel ziet. En niet iets algemeens met geboden van buitenaf die voorschrijven wat je wel of niet moet doen, of waar anderen voor jou bepalen of iets wat jij wil doen wel vruchtbaar is of niet.
Het schrijven van composities op de weekspreuken is voor mij eigenlijk ook een proberen te vinden van mijn ‘zielevruchten’. Bij elke weekspreuk begin ik eerst met het meditatief beluisterend zoeken naar een melodie, die betekenis, structuur en opbouw van de tekst omzet in een muzikaal-gevoelsmatig mee te beleven afspiegeling van die tekst. Het melodische vormt zo de basis voor de volgende stappen, die van harmonie en instrumentatie. Bij deze 2e weekspreuk was met name de laatste stap van de instumentatie iets waar ik lang niet uitkwam. Ik had eerst een versie met blaasinstrumenten en strijkers: werkte niet. Daarna een ingeving om het met marimba en vibrafoon te instrumenteren: leuk, maar het werd toch iets anders dan ik wilde. Uiteindelijk werd het piano als enig instrument naast de koorstemmen van alten en bassen, die overigens unisono zingen:
Om een goede indruk te krijgen van de muziek kan je het beste met een koptelefoon/oordopjes luisteren (als je geen goede speakers op je laptop of telefoon hebt.