Verbo Taco Sorgdragers woordrivier
Taco Sorgdragers woordrivier

Compositie weekspreuk 6 (orkest, piano, koor…)

… en wat slagwerk, voeg ik er hier aan toe, omdat de titel anders te lang wordt, maar vooral omdat een beetje slagwerk me passend leek nu het in de 6e weekspreuk over opstanding gaat.
Hoezo opstanding? zul je je misschien afvragen: we zitten met de 6e spreuk toch in de 6e week na Pasen? Of exacter gezegd: in de 5e week na de week van de Paasweekspreuk?
Ja klopt, maar er is nu sprake van een andere opstanding: die van onszelf of ‘het Zelf’, in navolging van de lente-opstanding in de natuur.

Es ist erstanden aus der Eigenheit

Ons Zelf is volgens de tekst van deze weekspreuk opgestaan uit het in zichzelf besloten zijn: “Es ist erstanden aus der Eigenheit mein Selbst…”. Je ziet dat het meteen al lastig is om het zelfstandig naamwoord “der Eigenheit” goed te vertalen. Ik geef er met “in zichzelf besloten zijn” al meteen een persoonlijke interpretatie aan, waarbij het ook nog eens geen zelfstandig naamwoord meer is. Gewoon “eigenheid” gebruiken kan wel, maar dekt de lading niet helemaal wat mij betreft.
Die “Eigenheit” duidt op de toestand van de ziel in de winter, waarin we als mensen meer naar binnen gericht zijn, en ons in die binnenwereld moeten zien te verwarmen en doorlichten met innerlijk vuur en innerlijk licht, bij gebrek aan zonkracht van buitenaf. We zijn in die toestand tamelijk afgesloten voor de winterbuitenwereld, waar het koud en kaal is.

Mein Selbst und findet sich als Weltenoffenbarung

Maar de winter ligt inmiddels achter ons. Met de komst van de lente is de buitenwereld ontwaakt (tot opstanding gekomen), en de zon is weer helemaal terug met uitbundig licht en warmte. Daardoor openen we ons innerlijk weer voor de omgeving en richten onze aandacht naar de buitenwereld. Warmte en licht van de zon trekken ons a.h.w. naar buiten, wat correspondeert met hoe de planten zich uit de aarde verheffen en met halsbrekende stengels richting de hemel groeien. Ons gesloten ‘winter-Zelf’ is dan als een zaadje in de grond, dat in de lente openbreekt en uitbot, daarbij de beschermende omhulling van wat het zaadje was loslatend. Dus in die zin komen wij in de lente met ons ‘Zelf’ tot opstanding uit onze ‘eigenheid’, die we als afgelegd hulsel achterlaten, om een te worden met de volheid van de opbloeiende wereld.
Dat ‘winterhulsel’ gaf ons de samenballing van het bij zichzelf verblijven met het heldere denken. Dat denken kan zich niet handhaven bij het naar buiten trekken: het verliest zijn vormkracht, en we moeten het loslaten.

in Zeit- und Raumeskräften

Daarna beschrijft de tekst met prachtige poëtisch-meditatieve woorden hoe ons ‘Zelf’ zich als wereldopenbaring hervindt in de krachten van tijd en ruimte: “[Es ist erstanden aus der Eigenheit mein Selbst], und findet sich als Weltenoffenbarung in Zeit- und Raumeskräften…”.
Je kan er flink meditatief op kauwen om in de betekenis van deze woorden door te dringen.

Die Welt, sie zeigt mir überall als göttlich Urbild

En tot slot wordt gezegd dat de wereld ons in haar totaliteit iets toont, namelijk: de waarheid van onze eigen afspiegeling in de wereld, als oerbeeld van het goddelijke (“Die Welt sie zeigt mir überall als göttlich Urbild, des eignen Abbilds Wahrheit”). Ook niet zomaar te begrijpen, maar als je Steiners boek “Die Rätsel der Philosophie” leest, begin je een beetje te vermoeden waarom hij dit soort dingen zo formuleert, en dat het geen wereldvreemde naïviteit is dat hij woorden als ‘goddelijk’ gebruikt.

des eignen Abbilds Wahrheit.

De compositie begint plechtstatig, maar gaat al snel over in een enthousiast ritmisch vervolg, dat wordt ingezet door de piano, en wordt versterkt door de huppelende pizzicati van de strijkers. Het koor splitst zich in een mannen- en een vrouwenkoorgedeelte, om aan het einde weer unisono en in rust samen te komen. Er zullen vast mensen zijn die de extatische vrolijkheid ongepast vinden voor een spreuk als deze, maar ik vermoed dat antiek-Griekse Dionysische reidansen eenzelfde extase van heiligheid hebben gehad. Dat de jubel zichzelf haast verliest qua uitbundigheid, is ook een opmaat naar de 7e weekspreuk, die daar weer op reageert. Maar dat komt later. Hier kan je nu eerst luisteren en meelezen met de partituur van de 6e weekspreuk:

Luister en lees mee met de muziek op weekspreuk 6 (compositie voor orkest, piano en gemengd koor SATB)

Links naar composities op de voorafgaande weekspreuken uit de antroposofische zielekalender:

Reageren? Graag! Maar zet wel even je naam erbij, zodat ik weet wie er reageert

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.