Beetje een contrast met 1. alle duistere ellende in de wereld, en 2. Holland-Festivalse avant-garde-ambities (die ik sowieso niet heb of waar kan maken), dat ik nu voor de 10e weekspreuk aan kom zetten met opgewekte, bijna volksdansachtige muziek, maar het is niet anders. De melodie bracht me erheen zeg ik maar, overigens zonder die melodie de schuld te geven. Er is helemaal geen sprake van schuld. Er is niks mis met opgewekte, bijna volksdansachtige muziek. Dit is de betreffende melodie trouwens:
Omdat ik naast de melodie nog niks aan harmonie/begeleiding had uitgewerkt, moest ik echt even m’n tanden zetten in dit materiaal, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in een bezetting voor sopraan (koorstemmen of solo), fluit, hobo, klarinet, harp, celli en contrabassen. Om de melodie geschikter te maken voor de sopraanstem, heb ik hem omhoog getransponeerd van het oorspronkelijke E-groot naar G-groot (who wants to know?).
We zitten met weekspreuk 10 min of meer in de 1e helft van juni; de laatste periode voordat de zon haar hoogste punt bereikt, en de langste dag aanbreekt op 21 juni, waarna de dagen weer langzaam korter gaan worden (en de nachten langer). Maar in deze 10e week zitten we nog volop in de opwaartse spiraal van het stralende wezen van de zon dat zich naar zomerse hoogten verheft (“Zu sommerlichen Höhen erhebt der Sonne leuchtend Wesen sich;”), waarbij niet onbelangrijk is dat dit stralende zonne-wezen ons menselijk voelen in haar ‘ruimte-wijdten’ meeneemt (“Es nimmt mein menschlich Fühlen in seine Raumesweiten mit”), dus alles gaat een beetje uit z’n bol van vreugde en enthousiasme, in de muziek bedoel ik. Dat wordt afgewisseld met een iets dromeriger gedeelte, waar de tekst spreekt van een gevoelservaring die zich in het innerlijk enigszins onbewust laat gelden (“Erahnend regt im Innern sich Empfindung, dumpf mir kündend”), namelijk dat wij ooit tot het besef zullen komen (“Erkennen wirst du einst”) dat wat wij in het innerlijk meegaan naar zonne-hoogten ervaren ook inhoudt dat een goddelijk wezen ons bestaan voelt (“Dich fühlte jetzt ein Gotteswesen”). Het is maar dat je het weet. Hier is de luister- en meelees-partituur (en let op de licht cheesy terts-stapelingen in de houtblazers aan het eind – ik vind het heerlijk- :
Links naar mijn composities op de voorafgaande weekspreuken uit de antroposofische zielekalender:
- Weekspreuk 1: Wenn aus den Weltenweiten (Paas-stemming); voor orkest, gemengd koor en kinderkoor
- Weekspreuk 2: Ins Äußre des Sinnesalls; voor alten, bassen (koorstemmen) en piano
- Weekspreuk 3: Es spricht zum Weltenall; voor harp, strijkers en gemengd koor
- Weekspreuk 4: Ich fühle Wesen meines Wesens; voor trompet, hoorn, trombone en gemengd koor
- Weekspreuk 5: Im Lichte das aus Geistestiefen; voor cello solo en kinderstemmen (koor of solo)
- Weekspreuk 6: Es ist erstanden aus der Eigenheit; voor orkest, piano en koor
- Weekspreuk 7: Meins Selbst, es drohet zu entfliehen; voor A capella koor en kinderkoor
- Weekspreuk 8: Es wächst der Sinne Macht; voor 4-stemmig gemengd koor en strijkorkest
- Weekspreuk 9: Vergessend meine Willenseigenheit; voor althobo, fagot, contrafagot, hoorn en alt/mezzo-sopraan (koorstemmen of solo)
Links naar mijn andere al voltooide composities op weekspreuken uit het jaar:
- Weekspreuk 12: Der Welten Schönheitsglanz (St. Jans-stemming); voor gemengd koor A capella
- Weekspreuk 17: Es spricht das Weltenwort; voor gemengd koor A Capella
- Weekspreuk 24: Sich selbst erschaffend stets; voor gemengd koor A capella
- Weekspreuk 38: Ich fühle wie entzaubert (Kerst-stemming); voor althobo/hobo, fagot, hoorn, harp, 4-stemmig gemengd koor, en strijkers