Verbo Taco Sorgdragers woordrivier
Taco Sorgdragers woordrivier

Koormuziek “Es spricht das Weltenwort” (17e weekspreuk)

Aan het einde van de week waarin dit jaar de 17e weekspreuk valt, breng ik graag nog een keer de koormuziek onder de aandacht die ik op de tekst van deze spreuk componeerde. Het is opname met een echt live koor, dus geen digitale weergave:

Koormuziek “Es spricht das Weltenwort” (tekst: Rudolf Steiner; de 17e weekspreuk uit de antroposofische zielekalender)

In een eerdere blogpost (“koorproefje“) kan je een en ander lezen over de achtergrond van de tekst en de muziek. Ik schreef toen ook dat er in de tekst van deze weekspreuk nog iets moois verborgen zat, waarover ik een andere keer iets zou schrijven. Daarvoor is nu een mooie gelegenheid, alleen weet ik niet meer wat het was.

Nee: geintje. Natuurlijk weet ik dat nog wel. Het heeft betrekking op de laatste 3 zinnen van deze spreuk, die door “het wereldwoord” worden uitgesproken:

“Erfülle deine Geistestiefen (Vervul de diepten van je geest)
Mit meinen Weltenweiten, (Met mijn wereldwijdten)
Zu finden einstens mich in dir.” (Om eens mij in jezelf te vinden)

In deze drie zinnen worden in zekere zin de 3 ruimterichtingen of dimensies aangegeven. “Erfülle deine Geistestiefen” is de verticale beweging (boven – onder); “Mit meinen Weltenweiten” is de horizontale beweging (links – rechts); en “Zu finden einstens mich in dir” is de hoe-heet-dat beweging: die van voor naar achter.

Deze 3 zinnen corresponderen in mijn beleving met 3 zinnen uit de zogenaamde “Mensenwijdingsdienst” van de Christengemeenschap, waarvoor Rudolf Steiner later ook de teksten schreef: “De Vadergod zij in ons” (“Erfülle deine Geistestiefen”); “De Zoon God scheppe in ons” (“Mit meinen Weltenweiten”); “De Geest God vervulle ons” (“Zu finden einstens mich in dir”). Wanneer deze zinnen worden uitgesproken (en dat gebeurt overigens meerdere keren tijdens voornoemde dienst), wordt door priester en aanwezige gemeenteleden driemaal een kruis geslagen. De bewegingen die de priester uitvoert bij dit kruisen slaan, zijn groot, krachtig en wijdingsvol, terwijl de gemeenteleden zich tot kleine kruisjes met de vingertoppen bij het voorhoofd e/o borst (dat weet ik eigenlijk niet eens precies) dienen te beperken.

Omdat ik van huis uit niet religieus ben opgevoed, dacht ik eerst dat ik de priester na moest doen bij het kruisen slaan, en deed dat ook bravoureus, totdat een ervaren kerkganger mij erop attendeerde dat dat niet de bedoeling was: de priesterbewegingen zijn echt voorbehouden aan de priester. Ofschoon ik hem begreep, vond ik het ook een teleurstelling, en daarnaast maakte mijn absolute allergie voor opgelegde onderdanigheid en hiërarchische structuren in religieuze settingen het vooruitzicht op die 3 kleine vingertopkruisjes niet bepaald aantrekkelijk. Dus ik zag in het vervolg af van kruisen slaan.

Totdat ik tot het inzicht kwam dat in de 3 aanroepingen van de Vadergod, de Zoongod en de Geestgod eigenlijk de 3 ruimterichtingen tot uitdrukking kwamen, en daar heb ik toen mijn eigen kruis-sla-bewegingen op gebaseerd: eerst een rechte lijn van boven naar beneden (van kruin tot kruis); dan een rechte lijn van linker- naar rechterschouder (of andersom); en tenslotte een rechte lijn vanaf een punt dat binnen armlengte en ter hoogte van mijn borstbeen ligt, naar mijn borstbeen toe (dus van voren naar achter zeg maar, en eigenlijk zelfs door mezelf heen). Het mooie is dat die 3 bewegingslijnen elkaar in één punt kruisen, namelijk het borstbeen. En dat daar iets wonderlijks gebeurt in het kruisen: er ontstaat iets van innerlijke warmte die een eerste aanleg lijkt van een (ziele-)orgaan dat het midden houdt tussen een voelend vermogen en een ziend vermogen. Ik heb geprobeerd iets van die innerlijke warmte én van de 3 ruimtelijke dimensies hoorbaar te maken in de melodielijnen op de 3 voornoemde zinnen.

NIet verder vertellen hoor.

Reageren? Graag!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

2 gedachten over “Koormuziek “Es spricht das Weltenwort” (17e weekspreuk)”