Het zwembad waar ik train is gesloten tijdens de schoolzomervakantie. Dus ik met de bus naar een ander zwembad in de stad. Ik had me voorgenomen tijdens de busrit van 20 minuten bepaalde teksten te mediteren. Maar zoals zo vaak gooiden geluiden roet in het eten. Te beginnen met de radio die de buschauffeur aan had staan. Niet heel hard, heus niet, maar goed hoorbaar door de hele bus heen. Mijn bewustzijn moest zich verweren tegen penetraties van ritmes ritsende drumtikken, dappelende baslijnen, en opgewekte zangstemmen met flarden verstaanbare teksten (“holiday-hey!”).
Maar dan hebben we ook nog het nieuwe model bus van HTM. Haagse Tramweg Maatschappij goes Chinese design, wat in z’n hardgekookte zacht-ei-stijl ook visueel al aardig wat lawaai maakt. E-bus natuurlijk, en voorzien van werkelijk afgrijselijke zoem- en piepgeluiden bij sluitende deuren of op stopknoppen drukken. Wie verzint zulke martelingen? Het is het auditieve equivalent van een optater met een stroomstootwapen. Elke keer als er iemand uit moet. Elke keer als deuren sluiten. Bedankt weer voor de zoveelste aanslag op het gehoorzintuig.
Terwijl ik later de voorgaande zin opschrijf op een bankje buiten, rijdt er eerst een fietser langs, omwolkt door dofharde muziek uit de draagbare luidspreker (boomertaal voor portable speaker) in z’n rugzak (boomers voor backpack), niet veel later gevolgd door een zwarte SUV met een tapijtbombardemant aan dreunende bassen uit z’n open ramen, de chauffeur zelf met gesloten ramen, want zonnebril.
Wat bezielt mensen om ‘hun’ muziek te etaleren in het openbaar? Het is het nieuwe potloodventen. In plaats van “Kijk effe hoe mooi ik erbij hang” is het nu “Hoor effe wat ik mooi vind”. En ja, ook in deze gevallen zijn het meestal mannen die dit doen, of ja ja, dat moet je tegenwoordig “personen die zich als man identificeren” noemen, maar voorlopig identificeer jij je vooral als stilteversnipperaar, asociale he/him. Ik wil jouw muziek niet horen, laat het achterwege, de openbare ruimte is niet van jou you/you, dikke jojo decibel klojo (excuses voor het lawaai van deze boomerade).
Zoveel storende geluiden altijd. Dreunende bolides met driedubbele knalpijpen, knetterende scooters en razende motorfietsen. De agressiviteit van die geluiden. En ook dit gaat meestal over mannen. De sportschoolinstructeur van hiernaast die elke keer zo nodig op z’n tweewielige vleessnijmachine binnen 3 seconden vol gas moet accelereren van nul naar pakweg 100 km/u in onze straat, waar momenteel als erfenis van de Navo-top nog steeds een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. En waarbij de motorherrie tot ver in de omtrek tegen de gevels kotst. Levensgevaarlijk ook nog. Ga je testosteronoverschot thuis op je wc lozen of zo, idioot.
Of je zit een keer met een huisgenoot te eten bij een Italiaans restaurant in de buurt, wordt je hele avond verstoord door een onophoudelijke, ijselijk hoge pieptoon, die je hoofd van links naar rechts kaatsend in lichterlaaie zet. “Ja sorry meneer: is de oven, die kan niet uit”, krijg je dan te horen. Hoezo kan dat niet? Hoezo hebben jullie überhaupt een oven die zo’n sadistische pieptoon maakt? En ik moet ook nog betalen voor een avondje gehoorschade oplopen? Nou nou: overdrijf je nu niet een beetje? Nee, ik vrees van niet. Ik denk namelijk dat die dagelijkse opeenstapeling van hinderlijke, penetrante, té vaak té harde geluiden op den duur ergens schade in het lichaam veroorzaakt. In het gehoor, of voor mijn part door ontstekingsgevoeligheid van hersen- of andere vliezen. Maar niet meteen nee: je zal er pas later last van krijgen, tinnitus, of doffe wattengevoel in je gehoorgangen, lagere weerstand, slechter geheugen, steeds vaker moeten vragen “Wat zei je?” (“Ik zei: het zal de leeftijd wel zijn dat je gehoor achteruit gaat”), en specialisten zullen gewichtig kijkend meedelen dat het waarschijnlijk een combinatie van oorzaken is. “Oor-zaken zei u?” antwoord ik dan, met een hand achter mijn oorschelp. Maar zover is het gelukkig nog niet, dus toekomstmuziek, en dat is tenminste iets wat per definitie onhoorbaar is. Ik luister de hele dag toekomstmuziek kan ik je zeggen, en man man (he/him he/him): wat een rust.
En had ik het al gehad over bladblazers? Of altijd die ene buurtbewoner die een hele zondag houtwerk machinaal gaat schuren in z’n achtertuin? Of die stupide auto- of scooteralarmen, die altijd zonder aanwijsbare reden ineens beginnen te zwiepjanken met knipperende lichten (geen dief te bekennen in de verre omtrek)? Of de kapotharde achteruitrij-tuutsalvo’s van vrachtwagens die altijd te lang doorgaan (haal je versnelling uit z’n achteruit als je stilstaat man, of begín in godsnaam met rijden als je hem in z’n achteruit zet). Elke piep is er een teveel.
Genoeg voorbeelden inmiddels van geluidsterreur, hoewel de lijst eindeloos is. De grote vraag is en blijft: waarom moet er zoveel lawaai gemaakt worden in de wereld?
Het antwoord daarop weet ik niet, tenzij het te maken heeft met dat velen van ons de wereldruimte als leegte ervaren. Zodat er ook geen aanleiding is om te denken dat er iets verstoord wordt. Of dat het iets zou uitmaken. Want er is toch niets.
Maar de wereld is volgens mij niet leeg. Zij lijkt mij van nature vervuld met een substantie die zich als ruimte uitdrukt. Noem het energie of levenskracht, maar het vormt de hele wereldruimte, zich manifesterend als stilte. Je zou nog zomaar op de gedachte kunnen komen dat de wereld met deze stiltesubstantie luistert naar wat er zich zoal in haar afspeelt. De wereldruimte als één groot luisterend oor.
Maar vogels en andere dieren dan? zul je vragen, en de wind, en het geruis van bomen: dat maakt toch ook allemaal geluid, en de wereld is toch eigenlijk helemaal niet stil? Ja, maar als ik naar díe geluiden luister, vind ik ze kwalitatief verschillen van de niet-natuurlijke geluiden die wij als mensheid toevoegen aan het wereldtoneel. Alle natuurlijke geluiden verheffen zich als een soort boventonen uit de alom aanwezige wereldstilte, en zinken er weer in terug. Ze zijn verbonden met die stilte, verhouden zich ertoe, horen bij het weefsel ervan. Zelfs het huilen van een wolf laat er geen beschadigingen in achter als het uitgeklonken is. Terwijl de geluiden van menselijke apparaten gaten in het weefsel van de wereldstilte slaan, als kogels afgevuurd op zeg lakens die in een tuin te drogen hangen.
De stilte in de wereld is niet de afwezigheid maar de aanwezigheid van iets. Ik ervaar dat althans zo, hoewel nu even niet want er vliegen net tegelijkertijd een helicopter en een groot passagiersvliegtuig over. Stilte is de basistoestand van het bestaan. Zij draagt al het bestaande, is zelf manifestatie van een universeel aanwezig zijn.
En wat doen wij? Wij verstoren veel te vaak deze bestaansgrond. We lijken ongevoelig geworden voor stilte, ervaren die als leegte, als een niets waarin je je gaat vervelen, of dat je beangstigt. Maar (ik herhaal het even) de wereldruimte is niet leeg. Zij luistert, door de stilte heen die haar lichaam is. Haar luisteren naar alles wat zich in haar bevindt en afspeelt, omhult ons zoals het vruchtwater het embryo omhult en draagt in de buik van de moeder. Alleen is het geen water, maar stilte. Wij zouden op z’n minst terug kunnen luisteren. Wie weet wat voor ongehoords er zich zo nog aan je voordoet. Wie lang genoeg naar de wereldstilte luistert, zal ontdekken dat zij behalve luisteren ook kan spreken. Maar daarvoor moet je wel eerst zelf stil worden.
Een gedachte over “De verstoring van de wereldstilte”
Mooie tekst, waarnemingen weer, Taco
Je, ik. Moet er wel even voor gaan zitten!
Maar dat is goed, een rustpunt, me even concentreren, wat lees ik nu eigenlijk…..
Wanneer ga je al die mooie teksten eens bundelen en uitgeven?
Dat is toch niet zo’n gek idee?
Mooie zomer Taco
Groet uit mijn huisje in Maarn, wat ik nog altijd heb en waar ik de zomervakantie altijd nog 6 weken ben.
Goede zomer , groet uit Maarn👋 Marjo