Wietske en de zonnegroet

Precies 10 jaar geleden dat je stierf vandaag. Vol 33, bijna 34 was je.
Ik eigen me je niet toe door hier nu over je te schrijven. Je was en bent niet van mij. Van niemand ben je natuurlijk: alleen van jezelf. En wat wij samen deelden, was alleen van ons, ook al vond dat nauwelijks meer plek in de laatste jaren dat je er was.

Ook sterven heb je alleen gedaan. Net toen iedereen die je in de gaten hield er even niet was, ben je er tussen uit gepiept. Je deed het alleen, met de moed van je wanhoop, die je ook altijd alleen gedragen hebt. Ja, de buitenkant ervan, die heb je wel gedeeld. Dat het moeilijk was te leven met de beperkingen die de ziekte je oplegde, hoe je steeds verder ingedamd werd door de aftakeling van je lichaam. Maar de binnenkant: wie kende die echt?

We hadden elkaar al een hele tijd niet gezien. Dat ik nu naar een hospice moest om je te ontmoeten, maakte dat ik me schuldig voelde. Ik nam foto’s mee van mijn zoon, terwijl je nauwelijks meer iets kon zien. Klungelig. We konden elkaar niet echt bereiken door de zorgzame chaperones die je omringden. Het zou de laatste keer zijn dat ik je zag.

Ik wist het al jaren geleden, dat je je had voorgenomen om er geen rekening mee te houden. Niets kon je daarvan afbrengen. Geen dokter of schrikbeeld van een medisch specialist. “Als je niet voor jezelf zorgt, niet regelmatig insuline spuit, ga je kapot.” Je ogen lachten ondeugend toen ik je een keer opzocht in het ziekenhuis, nog weer jaren eerder. Je was net weer vermanend en bezorgd toegesproken, nadat je was gered van een fikse crisis. “Zullen we gaan roken?” vroeg je, en je liep met infuus en al met me naar de rookkamer, waar je honderduit vertelde over alles wat je nog van plan was.

En ineens was het zo ver: de dood als ultieme consequentie van je verzet tegen de beperkingen van je lichaam, en je liefde voor het leven. Gedoofd je schaterlach, je stem, de schittering in je ogen, je hart dat zo sterk en tegelijk zo kwetsbaar was. Ik moet steeds opnieuw bedenken dat je dit gewild hebt. Misschien wilde je ons voor zijn. Als eerste de dood in. “Voordringer”, voeg ik je in gedachten toe. Je had er zeker om gelachen.

Nieuwsgierig was je naar de dood, ook bang natuurlijk, maar er zou iets zijn dat je sprong zou zien en bij je zou blijven, je dapper zou vinden. Ik vind je ook dapper. Je sprong naar waar jij vond dat de zon was. De echte zon, die in “de hemelen” van het “Onze Vader” is.

Maar ook de zon die ik aan de hemel zag nadat je was gestorven. Het was in Frankrijk, de kinderen zwommen in een meertje net buiten het dorp. Ik lag op een handdoek in het gras en keek omhoog. De zon stond daar aan de middaghemel, omgeven door een cirkelvormige regenboog. Een wonder was het, en ik keek om me heen of anderen het ook zagen. Een wonder op klaarlichte dag. Maar iedereen ging door met praten, roken, ijsjes eten, keek soms om, maar nooit op.

Naar de hemel kijken. Dat doen mensen niet vaak, zelfs niet in vakantietijd. Je zou er nog wat van oplopen. Bijvoorbeeld twijfel aan de zinloosheid van het bestaan. Maar daar, aan de hemel, stond de zon, met er omheen een cirkelvormige regenboog. Dat heet een halo. Maar ik wist dat jij het was; dat jij “hallo” zei. Jij hebt aan onze vader in de hemelen gevraagd of jij die dag de wereld mocht begroeten met een halo om de zon. Als teken van dat je de sprong gewaagd had. Dat het goed was en dat je aan het werk ging.

One thought on “Wietske en de zonnegroet

  1. In my lonliness, that exists only, I believe, in the presence of those who have left this Earthly Condition, I have taken to looking up at the sky a lot, in the past few years, especially. Perhaps age so inclines me to think ahead and discover bridges in clouds, that may lie like a rack of ribs or a flock of sheep or ears of rye whispering in the blue.

    If I could, I would post up some evidence of this in reply to your elegy to greetings from beyond in this tiny response box, but the computer says no. (No pictures in WordPress replies, unlike on Steemit where I spent a while.) I suppose a larger post is meant to be dedicated to this that runs parallel with you as I still am counting robins (my failsafe messenger bird) and doing tongue yoga to lick up the berries joyously squished into sacrifical jam only to find their joy suffocated by the poor design of glass (bell) jars.

    Let me crane back my neck and ponder this post of mine about to gather into signs of celestial, devout cobalt, cerulean and tunic white, a while, to form a rainbow of its own making.

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.