Gast, kom binnen,
zet je rugzak neer,
zet jezelf uiteen
in mijn ogen, in mijn borst,
zodat ik je met al je verhalen
kan plaatsen in het wereld-al
dat wij toch enkel door elkaar leren kennen,
vind je ook niet?
Want ik ben net als jij
blind voor de werkelijkheid
die elke dag aan ons voorbij gaat.
Terwijl wij onze zakken vullen
met geld en andere abstracties
lopen onze zielen leeg,
bloedt het leven ongebruikt
uit onze harten weg,
of vind je dat te censureren desinformatie?
Gast, kom binnen en vertel me
wie ons tegen elkaar heeft opgezet,
wie jou tot vreemdeling maakte,
en mij tot gastheer, dat is: heer over gasten,
terwijl ik net zo vreemd voor jou ben,
en ik ook graag jouw gast zou zijn.
Kom zitten aan mijn tafel, eet en drink,
maar was eerst het stof van je handen en gezicht,
dan was ik je voeten wel
met het water uit de bron
dat ons allemaal laaft.
Laten we praten over wat van ons is,
over wat zij die heersen over gast en gastheer
ons hebben afgenomen,
met muren, regels en controle.
Alleen wanneer wij allemaal samen opstaan
tegen hen die ons verdoven en verlammen,
zal de wereld weer van ons zijn,
van jou en mij,
van wie jou kennen en van wie mij kennen,
en van wie degenen kennen die wij kennen,
en van hun bekenden weer: net zolang
tot alle mensenkringen zijn bereikt,
en wij geen ruimte meer laten voor heerschappij,
alleen nog voor het delen
van bezit en wapenloosheid.