Taco Sorgdragers woordrivier
Reukrealisme
Reukrealisme

Reukrealisme

Een kern van waarheid

Ik las ergens dat honden gemiddeld zus-en-zoveel-miljoen reukcellen in hun neus hebben. Weliswaar een leuk voorbeeld van hoe statistiek steeds meer het waarnemingsveld van wetenschap is geworden, maar ik wil dan meteen weten: wie heeft die cellen geteld, en was dat strafwerk? En strafwerk of niet: wie controleert of de tel-uitkomst wel klopt en geen nattevingerwerk is?

Want laten we wel wezen: hoe tel je in hemelsnaam reukcellen? Is toch best wat anders dan tellen hoeveel kinderen er in een klas zitten, of hoeveel graankorrels in 1 tarwe-aar. Het gaat meer in de richting van hoeveel zandkorrels 1 kubieke meter strand bevat, en ga daar maar eens aan staan. Zonder technische hulpmiddelen dan. Er is geen hond die dat handmatig of accurater gezegd zintuigmatig voor elkaar gaat krijgen. Of daar zin in zou hebben.

Een kern van strafwerk

Ga maar eens manueel 100.000 zandkorrels tellen: wat voor tijd je daarmee kwijt bent! Ik heb het even als nattevinger-simulatie geprobeerd met 100 denkbeeldige graankorrels. Duurde net iets meer dan 2 minuten, inclusief oppakken en opzij leggen. Duizend zou dan 20 minuten duren, 100.000 zou tweeduizend minuten duren, en 1 miljoen graankorrels tellen zou 20.000 minuten duren, ofwel 33,3 uur ongeveer. En dat is dan nog zonder eet-, drink- of slaappauzes, die je zeker nodig gaat hebben om het vol te houden (hé: de rookpauzes zijn eruit gecensureerd) (de poep- en plaspauzes trouwens ook zie ik nu) (komt denk ik door de Roald Dahl plugin).

Niet-denkbeeldige graankorrels kan je dan nog zien en vastpakken. Maar reukcellen? Je moet minstens een microscoop – ik neem aan zelfs een elektronenmicroscoop- hebben om met het tellen van cellen te kunnen beginnen. Maar dat niet alleen. Eerst moet vastgesteld zijn dat reukcellen bestaan, en daarna moet je als reukcelteller ook nog weten hoe een reukcel er uitziet.

Ik kijk zelf niet op dagelijkse basis door elektronenmicroscopen naar materie, maar kan me voorstellen dat het – buiten de nodige voorkennis – enige oefening vergt om te duiden wát je dan precies ziet. En dit alles tot nu toe zeg ik om aan te geven dat zo’n mededeling in ergens een artikel dat “honden gemiddeld zus-en-zoveel-miljoen reukcellen in hun neus hebben” wel zo even snel opgeschreven is, maar dat er héél veel bij komt kijken voordat zoiets überhaupt gezegd kan worden. Nog afgezien van de vraag wat het dan betékent (het betekent alleen iets in relatie tot de hoeveelheid reukcellen bij andere wezens, en dat moet dan óók onderzocht zijn).

Een vermoeden van nattevingerwerk

Je kan het ook niet bij 1 stukje hondenneus laten. Je zult per hondensoort van vele hondenneuzen stukjes moeten onderzoeken om een uitkomst te krijgen die ‘statistisch significant’ is. Gaat allemaal jaren duren en miljoenen kosten voordat je ‘zo’n leuk weetje’ in de media kan zetten. En wat ‘weet’ je dan eigenlijk? Nou, dat honden veel beter kunnen ruiken dan bijvoorbeeld mensen. Maar dat wisten we toch al uit de ervaring en directe waarneming? Ja, zegt de wetenschap dan, maar dat is nattevingerwerk.

Natuurlijk zal het tellen van reukcellen niet zo op oog-handcoördinatie gebaseerd plaatsvinden als bij mijn simulatie van daarnet, en eerder wis- en natuurkundig benaderd worden. Ik stel me voor dat het steekproefsgewijs gaat. Je neemt een klein stukje hondenneus (hilarische opmerking dit. Zo van: “Waar staat de bak met hondenneuzen?” “In de onderste la van de rechter koelcel, naast de muizenpootjes. Maar ze zijn bijna op.”); je neemt dus een klein stukje hondenneus; stelt daarvan de deelmassa vast; telt daarin dan het aantal reukcellen, en spreekt de veronderstelling uit dat het waarschijnlijk is dat in de resterende neusmassa eenzelfde dichtheid aan reukcellen te vinden is. Dat tel je dan bij elkaar op en zo krijg je een totaal aantal reukcellen. Maar wel als waarschijnlijkheid. Ik ben geen wiskundige, dus weet niet welk realiteitsgehalte ‘waarschijnlijkheid’ als wiskundig fenomeen heeft. Kansberekening is als wiskundige methode heel exact, maar of je er de loterij mee gaat winnen is de vraag.

Pathologie van de veronderstelling

De veronderstelling speelt dus een prominente rol bij dit tellen. Namelijk als waarschijnlijkheids-veronderstelling. Is dat zekere grond? Wat is een veronderstelling nader beschouwd eigenlijk? Misschien wel dit: een uitbreiding van het bewustzijn buiten het gebied waarin zij zichzelf gewaar kan zijn. Met de veronderstelling treedt het bewustzijn zodoende buiten haar oevers, of buiten de haar toebehorende grenzen. De veronderstelling kan daarom vergeleken worden met het medische begrip “hernia”, en zou daarmee een hernia van het denken zijn. Absurde opmerking natuurlijk, waar Spinoza spinazie van zou maken, maar er moet ook even gelachen worden. Of op z’n minst geglimlacht.

Ondertussen is echter nog steeds niet duidelijk hoe en door wie of wat het feitelijke tellen van de reukcellen plaatsvindt. Dit zal vermoedelijk niet eens vanuit het directe kijken door de elektronenmicroscoop plaatsvinden (waarbij ook de vraag is of dat directe waarneming genoemd mag worden), maar bv. met een foto die de elektronenmicroscoop gemaakt heeft van het stukje hondenneusweefsel, en dan wordt er op basis van die foto geteld. Waarschijnlijk wordt dat tellen dan ook niet door een mens gedaan, maar door een computer, die dat veel sneller dus beter kan*, mits er tenminste speciale software ontwikkeld is die reukcellen kan herkennen én ze kan tellen, liefst zonder fouten te maken. Maar wie controleert dan of de software geen fouten maakt, en wie controleert of de veronderstelling dat er in de rest van de hondenneus net zoveel reukcellen zitten wel waar is? Moet er dan toch nog een mens aan te pas komen die alles nog even natelt, narekent (strafwerk)? Of krijgt de waarschijnlijkheids-veronderstelling het voordeel van de twijfel totdat het tegendeel bewezen wordt? Dat laatste is toch zoals het in de wetenschappelijke praktijk meestal gaat.

Het is natuurlijk maar zoals ik het me voorstel: ik fantaseer dit hele proces bij mekaar. Maar als het ongeveer zo zou gaan (dus via de route “stukje hondenneus – elektronenmicroscoop – digitale foto – computer met herkenningssoftware – aantal reukcellen”), dan onttrekt het vaststellen van de feitelijke hoeveelheid reukcellen in een hondenneus zich voor een niet onbelangrijk deel aan het menselijke bewustzijn. Misschien niet helemaal hetzelfde als nattevingerwerk, maar ik krijg er toch het beeld bij van iets dat zich achter steeds verder weg liggende verhullingen blijft verbergen. Waarmee ik niet wil zeggen dat het onjuist wordt. Alleen dat het ongrijpbaar blijft. Voor mij althans.

Ik hoor graag in de commentaren van jullie wat er niet klopt aan mijn gedachtengangen, of andere toevoegingen die licht op deze kwestie kunnen werpen.


* Ook een veronderstelling trouwens: want is sneller wel beter? Én kan het razendsnelle tellen van een computer eigenlijk niet alleen maar omdat er geen bewustzijn bij betrokken is, en is dát wel beter dan een tellen dat zich binnen een bewustzijn afspeelt? Is tellen zonder een daarbij betrokken bewustzijn eigenlijk wel tellen?
(Inderdaad blijkt hieruit dat ik niet van mening ben dat een computer een bewustzijn heeft.)

Eén reactie

  1. A lot of numbers I can’t throw much light on with my twenty toes and fingers, but I was waiting to read to which species of dog this number might apply? An Irish Wolfhound or a pug? (Does a pug even smell at all….?)

    I recall the days almost 30 years ago that I studied the sense of smell reading a very scientifically accomplished book that couldn’t tell me much about it all for nobody knows how we smell. Do we even know that we smell with our nose…. Maybe science has caught up by now, and can say more than that perfumers love that we love to smell with whatever. Maybe that receptor processing system has been discovered that identifies what a molecule means/refers to. Lab technicians have encyclopedic reference books I guess to discern one thing from another under the microscope, but I don’t know that humans come built in with the same data banks.

    I did learn the other day that sharks can smell one drop of blood from something silly like 5 kms away. This would supposedly have a “function”. Survival is the guess. I find that a bit pathetic, because by the time the shark arrives at this food source, a) surely he will have found another tasty morsel, probably a lot fresher on the way over and b) the bleeding source is likely to be somebody else’s meal by then or c) sunk to depths no shark would like to prowl. Then again, maybe that was prehistoric thinking for you, build in nose cells for all eventualities, give him a kazillion! I am not sure, though, sharks even have noses, maybe only nostrils (nares). Possibly researching sharks is your next step. I found it telling that they don’t actually smell if that is to take in air or even scent flow purposely. They seem to blot the sea for things that have travelled over much time to this blotting paper…..This kind of defeats the functionality explanation. Maybe sticking to dogs is less of a nose-breaker after all.

    Funny you write about noses. Just had mine looked at and nobody can tell me why it keeps on bleeding. Sense of smell still fine, but I am now wondering if I can smell the blood while I am bleeding (taste it, yes while I am trying to find my BSN somewhere, nowhere, anywhere, before I turn the carpet red while phoning for help- again. A little easier in the day time than on Friday night: only three numbers before you get through to someone real who can offer assistance).

Reageren? Graag!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.