Toedeloe Gutenacht

In het tijdschrift “Motief” (nr. 219/februari 2018), kwam ik een verslag van een congres tegen, dat werd ingeleid met de nogal klakkeloos geciteerde beginregels van het openingsgedicht “Gutenacht” uit “Die Winterreise” van Wilhelm Müller (1):

“Fremd bin ich eingezogen,
Fremd zieh’ ich wieder hin”.

Namens het woord “Blumenstrauß” de volgende reactie:


Ik ben het woordje “Blumenstrauß”,
en rijm al jaren broederlijk op “aus”,
in Müller’s “die Winterreise” weet u wel:
dat werk vol kwelling en sneeuw als metgezel.

Hoe groot was mijn verwondering,
dat men mijn broederrijmwoord “aus” door “hin” verving,
mij daarmee zettend buitenspel, zo van:
“Ga jij dan nu maar even Wegman”. (2)

Ik ben daar op die plek toch echt
door Wilhelm Müller zelve neergezet,
vervulde mijn functie lang niet slecht,
was geheel organisch ingebed.

“Fremd zieh’ ich wieder aus” werd “zieh’ ich wieder hin”,
En zo heb ik mijn broederrijm al in geen weken meer gezien,
Kan mijn bestemming niet vervullen,
Moet mij met doelloosheid omhullen.

Ik kijk nog eens even rond ende omme,
maar zie echt nergens mijn broeder “aus” ankomme. (3)
Maar ach, ik ben mijn lot als rijmwoord wel gewend,
zoals ooit klonk uit de mond van een cabareteske vent:

“Fremd bin ich angezogen,
Fremd seh’ ich wieder aus,
der Mai war mir gewogen,
Maar waar is Blumenstrauß?”

Ja, die kon er niet meer bij,
want hin stond op de plek van aus,
Dus gingen ze zij aan zij
de Gutenacht hinaus.

 

P.S. De redactie van Motief kon mijn reactie niet plaatsen wegens ruimtegebrek, vandaar dat ik hem hier publiceer (hier is namelijk zelfs ruimte voor voetnoten).


Voetnoten:

(1) Zoals wel vaker werd ook hier gezegd: “uit de Winterreise van Schubert”.
Maar als je dan tekstregels citeert gaat het toch echt over de dichter die deze regels schreef (Wilhelm Müller; 1794-1827), en niet over de componist die daar -overigens prachtige- muziek op schreef (Franz Schubert; 1797-1828).

Ook is het zo, dat Müller zijn gedichtencyclus “Die Winterreise” noemde, maar dat Schubert het lidwoord weglied.. eeh sorry: wegliet. Bij hem is het: “Winterreise” (in oude uitgaven ook nog: “Winterreis”).
Wanneer je aan Schubert’s liedbundel refereert, zou je daarom moeten zeggen “Winterreise van Schubert” (zonder lidwoord), maar als je aan de gedichten refereert “Die Winterreise van Müller” (met lidwoord). Daarentegen is de formulering “de Winterreise van Schubert” strikt of pezeweverig gesproken op meerdere manieren incorrect, want ook nog met een lidwoord in het Nederlands.

Ter afsluiting van het muggenziften: in het citaat ontbrak de apostrof aan het eind van het woordje “zieh”, waarmee het Duitse “Ich ziehe” metrisch wordt afgekort. De betreffende apostrof heb ik hierboven in het geciteerde citaat geheel belangeloos toegevoegd.

 

2) Verwijzing naar Ita Wegman, naaste medewerkster van Rudolf Steiner en mede-grondlegger van de antroposofische geneeskunde. Zij werd, samen met Elisabeth Vreede, zo’n 10 jaar na Steiner’s dood uit het bestuur van de antroposofische vereniging gestemd, ondanks het feit dat allebei door Steiner zelf in hun functies waren aangesteld. Dit is een zeer onvolledige omschrijving van de betreffende gebeurtenissen, die ook een buitengewoon dramatisch en nog niet afgesloten hoofdstuk in de geschiedenis van de antroposofische beweging vormen. Recente initiatieven tot rehabilitatie van beide vrouwen binnen de Antroposofische Vereniging hebben o.a. geleid tot de naam “Vreedehuis” voor het gebouw aan Riouwstraat 1 in Den Haag, waar eerder “De Zalen” en de Academie voor Euritmie gevestigd waren.

 

3) Verwijzing naar de laat-middeleeuwse Oberuferer Kerstspelen, zoals die op Vrijescholen elk jaar met kerst worden uitgevoerd. In het herdersspel zegt de herder Gallus daar: “Ik kijk eens even rond en d’omme: / Daar zie ik zowaar mijn broeder Stiechel komme.” (vrij vertaald uit het Vroeg-nieuwhoogduits).

 

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.