Wespen

Sinds een kleine maand doe ik elke vroege ochtend iets dat veel mensen doen maar waar ik me niet bepaald toe in staat achtte, namelijk: zwemmen in zee. Liefst rond half 7 op, koffie en boterham mee, kwartiertje fietsen en 5 minuten lopen, en dan hopelijk rond half 8 het water in. Al naar gelang het tijdstip van naar bed gaan de voorafgaande avond kan het een half uurtje later zijn.

En net als die andere mensen die dat al heel lang doen, zal ik nu tegenover jou die het niet doet (te koud, te vroeg, te brrr) met de gelukzaligheid van de ingewijde getuigenis afleggen van hoe heerlijk, hoe herborelijk, hoe verkwikkend en gezondmakend het is. En jij die het niet doet, zal net als ik vroeger (ja, er is ineens sprake van vroeger) bedremmeld van gemiste kansen tegenover me staan en je ontoereikend voelen. Met mijn “Het is helemaal niet koud hoor, je bent er zo doorheen” nog naklinkend in je oren zal je me geïntimideerd nakijken, en me mijn ontluikende Wim Hof-aura benijden.

Als de zee rustig genoeg is en het toelaat, trek ik met een zelfontwikkelde inverse zeeschildpaddenslag op mijn rug baantjes langs de kust, minimaal 15 tot 20 minuten. Weer afgedroogd en aangekleed begeef ik me naar de nog gesloten strandtent, waar ik op het zanderige terras aan de zonkant neerzijg in een van de stoelen bij een dauwdruppelbedekte tafel. Daar komen koffie, boterham en boek tevoorschijn, kort daarop gevolgd door…  wespen. Eerst een, dan twee of drie, en uiteindelijk zijn het er een stuk of tien die constant om me heen cirkelen, in m’n oor zoemen, op m’n bril gaan zitten, op m’n knie landen of het zwart-gele potlood waarmee ik aantekeningen maak als een soortgenoot begroeten.

De eerste keer werd ik er gek van. Dat wil zeggen: ik raakte het in mezelf gegrond zijn kwijt, stoorde me er mateloos aan, sloeg om me heen om ze weg te houden, en werd uiteindelijk zo kriegel dat ik opstond en wegliep. Maar zelfs daarin volgden ze me. Hoe onrustiger ik werd, hoe opgewondener zij werden. Dit was duidelijk niet de goede manier om me ertoe te verhouden.

De tweede keer dat de wespeninvasie de kop opstak maande ik mezelf tot rust, en stelde mezelf de vraag: waarom doen ze dit? Wat willen ze? Ik besloot rustig te blijven zitten en ze te observeren. En ineens begon ik het te begrijpen. Deze groep insecten was zich alleen maar aan het oriënteren. Er was een duidelijk patroon waarneembaar van vliegbewegingen binnen het gebied dat ze als hun territorium beschouwden, en die ze herhaaldelijk uitvoerden. Waar ik eerst meesmuilend dacht: “Maar hier ben je net toch ook al geweest! Ben je echt zo dom dat je dat niet meer weet?”, besefte ik nu dat ik de domkop was, omdat ik niet doorhad dat ze constant alle voorwerpen in hun territorium in kaart aan het brengen zijn, zodat ze weten waar alles zich bevindt. En dan komt er ineens zo’n enorm groot, naar zee ruikend en nadampend organisch monster midden in hun gebied zitten. Een wezen met een vorm die ze niet kennen. En onmiddellijk gaan ze me in kaart brengen, door om me heen te cirkelen, mijn omtrekken te verkennen, of me aan te raken.

Ik ontdekte ook, dat als ik gewoon rustig bleef, en me concentreerde op mijn eigen bezigheden, dat de wespen dan na enige tijd van om me heen cirkelen verdwenen naar andere gebieden om te controleren. Weliswaar kwamen ze met tussenpozen steeds terug, maar als ik niet van houding was veranderd bleven ze niet lang, want deze vorm kenden ze al. Had ik echter mijn andere been over het ene geslagen, of was ik rechter op gaan zitten, dan moesten de wijzigingen weer in kaart gebracht worden.

Als ik ze gewoon hun gang liet gaan, waren ze absoluut niet hinderlijk of agressief. En ik vond het mooi dat deze kleine insecten op deze bijzondere manier met en in hun omgeving leven. Dat ze, zoals wij met onze handen voorwerpen kunnen aftasten om ze in de aanraking te ervaren, als een soort vliegende vingers hun omgeving bevoelen en in kaart brengen. En dat doen ze met elkaar, als een groep die samen informatie verzamelt en deelt.  De wesp is geen eenling, maar deel van een groter geheel.

Weer wat geleerd. Of me weer wat ingebeeld.

Een gedachte over “Wespen

  1. Leuk stuk en deels ook herkenbaar. Sinds een paar jaar oefen ik ook om, als er wespen zijn, heel rustig te blijven en niks te doen. Dat werkt meestal goed, vraagt wat zelfbeheersing. Maar het hysterisch gaan wapperen, misslaan en gillen maakt ze natuurlijk bang en boos. en dat zijn ze van zichzelf niet. Je hebt het leuk verwoord!

Reageren? Graag!

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.