To become or not to become

God – of goddelijk- is datgene wat zijn toekomst vertegenwoordigt. 1)

Tijd en ruimte, en al het overige daarin gewordene, is niet meer dan het verleden van dit vermogen van het goddelijke om zijn toekomst te vertegenwoordigen.

In het gewordene treffen wij het goddelijke aan dat ons verlaten heeft in het openbaren van zijn werkingen.

Het is aan ons om in en vanuit onze loutere aanwezigheid zelf de werking te ontdekken van iets god-gelijks, dat aanvaard en ontwikkeld kan worden, om het toekomstige door ons handelen heen weer met al het gewordene te verbinden.

Zodat het gewordene weer wordend kan zijn.


1) De Nederlandse taal heeft helaas geen onzijdig bezittelijk voornaamwoord voor de 3e persoon enkelvoud, terwijl dat onzijdige woord hier eigenlijk gebruikt zou moeten worden, i.p.v. “zijn” of “haar”. De afspraak of regel is tot nog toe dat “het geslacht van het woord waarnaar verwezen wordt, bepaalt of zijn of haar juist is. “Zijn” hoort bij mannelijke en onzijdige woorden, “haar” bij vrouwelijke” (bron: https://onzetaal.nl/taaladvies/bezittelijk-voornaamwoord)

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.