IJspret-afterparty

Het gewicht van de hemel, dat ruim een week geleden omlaag viel als honderden kilo’s sneeuw, oneindig opgedeeld in haast gewichtloze vlokken, die de aarde fluisterend bedekten onder een witte deken van genadeloze onbevlektheid, is al bijna weer weggesmolten. De harde werkelijkheid komt overal weer tevoorschijn.

Het blauwe supermarktkarretje ligt verlaten op het langzamer dan de sneeuw verdwijnende ijs. Eergisteren zag ik het nog in actie, vooruit geduwd door een jonge vrouw als steun bij het schaatsen. De vraag is: waarom is het achtergebleven op het ijs? Is het baldadigheid? Of gewoon desinteresse? Of is er iets dramatisch gebeurd dat niet af te lezen valt aan hoe het tafereel zich nu ontvouwt? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten. Het enige dat met zekerheid verwacht kan worden, is dat het karretje binnenkort naar de bodem zal zinken. Misschien blijft het nog wat boven water uitsteken, want zo diep is het hier niet. Het zal gaan roesten en verweken, de blauwe verf zal met de tijd losraken en zich in kleine stukjes verspreiden. Als aquasolen van een ander soort virus zal het in de voedselketen terechtkomen en vele levensvormen besmetten.

Als ik het beeld van dit karretje op het ijs afzet tegen de milieubewust-orgastische kreetjes van hoe corona toch ook mooie dingen heeft gebracht, zoals schonere lucht door minder vliegtuigen, meer tijd voor bezinning en beter omgaan met de aarde en dergelijke, dan voel ik me moedeloos worden. Al dat theoretische geblaat altijd. De werkelijkheid is dat wij als mensen onze begeerten blijven uitleven zodra het kan en zonder enige consideratie met wat dan ook. Ik ben zelf geen haar beter hoor, alleen heb ik de schaatskoorts moeten overslaan, omdat ik al jaren vergeet om schaatsen te kopen. Maar had ik schaatsen gehad, dan had ik gewoon meegedaan.

Misschien denk je: het is maar één karretje; verder valt het toch reuze mee? Maar op mijn verdere wandeling kwam ik overal de meest uiteenlopende sporen tegen die getuigden van de invasie van schaats- en sleehongerigen die had plaatsgevonden. Soms heel netje hoor, zoals hier te zien bij een houten prullenbak:

Keurig neergelegd toch? Ja, maar ik verlang naar de tijd toen mensen hun rotzooi nog gewoon mee naar huis namen i.p.v. in een geste uit te spreken dat anderen de dingen mogen opruimen die zij zelf niet meer nodig hebben. Of heeft die tijd nooit bestaan?

En dan hebben we nog de hoge duinhelling bij de binnenvijver. Een hele laag gras en aarde is er door het sleeën afgeragd en ligt nu als een modderige aardverschuiving op het wandelpad:

Ik vind het niet erg hoor, daarom zeg ik het niet. Ik moet er alleen door nadenken. Wat begeerte eigenlijk is, en hoe begeerte waarneembaar is: direct of alleen in zijn gevolgen? Of is willen sleeën geen begeerte? Is het alleen maar iets willen? Is een stormwind die bomen omrukt uiting van een begeerte, of van een (ongekende) wil? Is een begeerte iets dat onmiddellijk ook gewild wordt? Of is de wil nog iets anders; iets dat op zichzelf staat? Moet de wil de begeerte nog bezielen voordat de laatste zich manifesteert?

De aardverschuiving bij deze helling is aantoonbaar het gevolg van de zich uitlevende wil van mensen, althans: aantoonbaar voor diegene die kennis bezit over de omstandigheden die op dit tafereel betrekking hebben.
Als iemand nu op dit moment van een andere planeet getransporteerd werd en in mijn plaats hier zou staan zonder enige voorkennis over wat zich hier als omstandigheden heeft voorgedaan de laatste dagen, zou hij (of zij of het) dan als oorzaak van deze ravage iets wezenlijks anders zien dan een door stormwind omgerukte boom? Zou hij alleen op basis van zintuigelijke waarneming in staat zijn een onderscheid te maken tussen een door menselijke wil ontstaan gevolg, en een door natuurkrachten veroorzaakt gevolg?
Zo niet, dan kan ook niet gezegd worden dat natuurkrachten onbezield zijn en geen wil uitspreken van wezenlijke aard. Dan kan alleen gezegd worden dat deze wil in zijn gevolgen niet direct waargenomen kan worden.

Maar het kan ook zijn dat ik gewoon eerder naar bed moet.

One thought on “IJspret-afterparty

  1. I recommend staying up late: it makes for very lucid thinking.
    I myself must have been wondering, round about the same time you were writing this, inspired perhaps by the pure example of freed will in snow (or snow freed of all willing?): when will we (humans) discover the will to live? Instead of demanding the right to more time to clock up and fill in with more things to want? While all we end up doing is living out an utterly illusionary self and an unrealised desire to be.

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.