Luid zingen trekt Orcano* aan!

Zangkoren mogen nog niet gaan repeteren.
Premier Rutte antwoordde (persconferentie 6 mei 2020), op de vraag van één van de aanwezige journalisten of er geen maatwerk mogelijk was voor gemeenten in het hanteren van ‘de’ maatregelen:

“Nee, gaan we niet doen. En ik moet hier een ongemakkelijk -zelf gelovig zijnde- een ongemakkelijk punt neerleggen. En dat is dat, op plekken waar mensen eeh luid zingen, of luid schreeuwen, zoals in een stadion, of luid zingen zoals in een kerk.. eeh.. dat zijn plekken waar het virus graag is. Dus we gaan op geen enkele manier die anderhalve meter eeh marchanderen in de kerk.”

Dus even een stukje eruit gelicht:
“Plekken waar mensen luid zingen, zoals in een kerk, dat zijn plekken waar het virus graag is”.

Mijn mondkapje viel open van verbazing.
Ik bedoel: m’n kontmapje zakte er van af, van deze uitspraak.
Terwijl ik geeneens de voorzitter ben van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

Want is dat een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak, dat “het virus graag is waar luid gezongen wordt”?
Is door onderzoek aangetoond dat overal waar luid gezongen wordt hogere concentraties van het virus zijn dan op plekken waar zacht of helemaal niet gezongen wordt?
Heeft onderzoek aangetoond dat om het even welk virus bepaalde voorkeuren heeft die met sensaties van welbehagen of onbehagen gepaard gaan?
Is een virus in staat om ergens “graag” te zijn? Heeft een virus een innerlijk leven?

Wij, ‘ondeskundige burgers’, mogen alweer een aantal jaren door een wet van ex-minister Schippers (echtgenote van de toenmalige voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij), niet meer op websites of verpakkingen van bepaalde geneesmiddelen lezen waar ze voor bedoeld zijn, omdat het zou gaan om ongefundeerde, wetenschappelijk niet aangetoonde claims.

Maar onze premier mag wél zeggen dat een virus “graag” ergens is?
Wat voor deskundigheid claimt hij hier eigenlijk?
Ik wil dan graag meteen een virus interviewen, om te vragen hóe graag het precies op plekken is waar luid gezongen wordt, en of de specifieke plek of de soort muziek die gezongen wordt nog uitmaakt. Héél benieuwd naar.

Natuurlijk: onze premier bedoelt het niet letterlijk zo, weet ik heus wel. Hij gaat op de popi-toer; virologie voor dummies, zo van: “Hè jongens en meisjes, jullie weten wel dat als er veel mensen dicht bij elkaar zijn, dat de grote boze Orcano*-wolf dan komt hè? Eerst is ‘ie er nog niet, maar als jullie luid gaan zingen samen, dan ineens is ‘ie er, zomaar ineens, omdat ‘ie graag is waar luid gezongen wordt.” Ongeveer van dat niveau.

Nou, dan mag ik ook wel voor de vuist weg wat roepen. Namelijk dat mij in mijn 30-jarige ervaring als koordirigent duidelijk is geworden dat zingen in een koor een kracht opwekt waar virussen juist helemáál niet willen zijn.
Het is een kracht die maakt dat koorzangers die moe, gedeprimeerd, futloos of met kwakkelende gezondheid tóch komen zingen op de repetitie, na afloop helemaal opgevrolijkt, opgefrist, energiek en met blakende wangen naar huis gaan (zó vaak meegemaakt).
Het is een kracht die buiten elke religie of geloofsbelijdenis om, maar met dezelfde werking als ‘geloofskracht’, direct beschikbaar is, gewoon door samen te zingen. Zolang je samen zingt, is de kans op besmetting juist lager, omdat de kracht die door koorzang vrijkomt in zekere zin de immuniteit verhoogt. Niet zozeer in lichamelijke zin (hoewel er onderzoek is dat dit wel degelijk heeft aangetoond), maar psychisch, energetisch, astraal, spiritueel, hoe je het wilt noemen (komkommer, asbak, composthoop, roodborstje, lectuur-analyse, kermisattractie).

Ik ben benieuwd of ik nu gearresteerd ga worden. Als ik dit stuk überhaupt gedeeld krijg.


*Ik schrijf i.v.m. censurerende maatregelen van met name Gezichtsboek de naam van who must not be named bewust met verkeerd gehusselde letters.

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.