Koningsdag? (In memoriam György Konrád)

Mijn realiteit lijkt altijd zo af te wijken van wat ik in het nieuws lees. Zo schijnt het gisteren Koningsdag geweest te zijn. Helemaal niks van gemerkt moet ik zeggen. De NOS maakt heuglijk melding van “Unieke en intieme Koningsdag“, en “Op afstand en toch een eenheid“, wat in schril contrast staat met de lege straten en volledige afwezigheid van wat voor ‘Oranje-feestelijkheid’ dan ook die ik gisteren waarnam.

Moet ik gaan twijfelen aan mijn zintuigen, of is het gewoon zo dat de media de werkelijkheid maken, i.p.v. dat de werkelijkheid zelf leidend is in hoe zij wordt verslagen?
Of wordt de werkelijkheid dagelijks in die andere betekenis van het woord “verslagen”?

Waarom wil de NOS mij zo graag het gevoel geven dat gisteren zo’n bijzondere, memorabele dag was? Wat is dit voor publiciteitsstunt?
Ging het vroeger achter het ijzeren gordijn, in de communistische heilstaten, niet net zo: het omzetten van de werkelijkheid naar gewenste denkbeelden en indrukken? Propaganda heette dat toen. Tegenwoordig heet het “nieuws“.

Mijn realiteit: er wàs geen Koningsdag, en al staan er 100 artikelen in kranten en digitale media die anders berichten: ik laat me niet van het tegendeel overtuigen. Met die halsstarrigheid sluit ik me graag aan bij de mentaliteit van de onverstoorbaar observerende Hongaarse schrijver György Konrád – helaas in september 2019 overleden-, die zo weergaloos bladzijden vol kon laten lopen met briljante bewustzijns-uitingen, waarmee hij liefdevol de vloer aanveegde met alles wat in zijn ogen niet klopte of deugde in de wereld waarin hij was opgegroeid en wat daaruit voortgekomen was.

En dat was veel: veel kwaad, leed, onrecht, hypocrisie, lafheid, geldingsdrang, opportunisme, onderdrukking, noem maar op. Als Joodse jongen geboren in het decennium voorafgaand aan de 2e wereldoorlog, heeft hij de jodenhaat van de Nazi’s direct ondervonden, daarna de onderdrukking door het communistische regime ondergaan, en tenslotte de slaafse overgang naar het massa-consumentisme van ‘het Westen’. Maar onverstoorbaar, ongeïntimideerd, bleef hij stug-moedig doorgaan zich te verzetten tegen alles dat de wereld wilde controleren en bezitten ten koste van haar inwoners, waaronder hijzelf. En hij heeft daar een hoge prijs voor betaald: censuur, intimidatie, doodsbedreigingen, monddood-making.

György Konrád (1933-2019)

In deze tijd, waarin we opeens in onze burgerlijk-consumerende slaaptoestand merken hoe lang de arm van de staat ook bij ons in werkelijkheid is, ga je ook pas echt begrijpen hoe moedig mensen als György Konrád en andere dissidente schrijvers, kunstenaars, wetenschappers of wie dan ook werkelijk geweest zijn, omdat zij er nooit voor terugdeinsden hun dagelijkse gemak, inkomen, vrijheid of zelfs hun leven op het spel te zetten met zich te weer te stellen tegen de inperkingen van de menselijke bewegingsvrijheid, op zowel fysiek, sociaal als geestelijk vlak.

György Konrád schreef al in 1994, in zijn roman “De stenen klok”:
“Wie de wereld in beeld brengt, bezit haar.1
Google Maps bestond toen nog niet. Media natuurlijk wel, alleen nog niet digitaal, maar op papier.

Hij zou er als de kippen bij geweest zijn nu, om gehakt te maken van deze Koningsdagpropaganda, die ons het idee wil opdringen van een bijzondere dag vol saamhorigheid en ‘intimiteit op afstand’ (gatver: wtf is dat?), terwijl het gewoon zo is dat Koningsdag zoals wij die kennen helemaal niet heeft plaatsgevonden. Er wàs geen Koningsdag in 2020. Laat het even tot je doordringen.

Ik kan me zelfs voorstellen dat Konrád er, advocaat van de duivel spelend, aan toegevoegd zou hebben: “Laten we in het kader van het Nieuwe Normaal, en nu we toch lekker aan het opruimen zijn, meteen ook een aantal wat landerig geworden tradities afschaffen, dus naast Koningsdag ook maar Bevrijdingsdag en de Nationale Dodenherdenking. Want wie de doden niet dagelijks herdenkt begrijpt sowieso weinig van menselijke relaties; wie de illusie heeft dat er nog sprake is van een vrijheid die gevierd kan worden, is nog naïever dan Bambi; en wie nog een koning denkt nodig te hebben als extrapolatie van identiteit, heeft te weinig vertrouwen in het eigen oordeelsvermogen.”

De vraag is voor de nauwlettende lezer natuurlijk wel, waarom ik niet zo moedig ben om deze laatste woorden uit eigen naam uit te spreken, maar ze György Konrád fictief in de mond leg?

Ik leid daarvan dan graag meteen de aandacht af met de wedervraag waarom na de dood van deze midden-europese literatuurgigant, de media niet wekenlang dagelijks hebben volgestaan met artikelen over zijn leven en werk. Híj zou een koningsdag verdiend hebben.


1) György Konrád: “De stenen klok”; uitgeverij Van Gennep, Amsterdam, 1996; blz. 218.

Reageren? Graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.